Het zadelmak maken van een paard is een nogal breed begrip. Naast het feit dat je het paard wilt laten wennen aan het zadel en het hoofdstel, verstaan we onder zadelmak maken ook nog eens dat je er normaal op kunt zitten. Wat het paard dan verder nog moet leren zit bij de training van het paard inbegrepen en valt dus niet onder zadelmak maken.

Zadelmak maken is over het algemeen niet erg makkelijk. Het ene paard is er wat makkelijker in dan het andere. Om te beginnen moeten we starten met het longeren van het paard. Daarna gaan we verder kijken.

Longeren

Wanneer het paard een jaar of 2 is kunt u al gaan beginnen met longeren. Dit is nog zonder zadel. U kunt hier al vroeg mee beginnen omdat het paard nog geen gewicht hoeft te dragen. Daarnaast kunt u door middel van longeren de conditie van het paard alvast op een goed niveau brengen. Tevens kan het bij paarden een goede bijdrage zijn aan het ontwikkelen van de spieren. Hoe gespierder het paard, hoe beter. Met longeren kunt u gewoon beginnen met een halstertouwtje en een halstertje. Het paard zal de eerste keer niet begrijpen wat de bedoeling is en gewoon naast u blijven staan. Oefen dat het paard op een bepaalde plek blijft staan terwijl u er een stuk vanaf loopt. Om gelijk te beginnen met een zweep is misschien niet zo verstandig. Wanneer u dat een aantal keer hebt gedaan en er wat verbetering in zit, kunt u misschien met een zweepje beginnen, dit kan ook gewoon een klein zweepje zijn (dus geen longeerzweep). Het paard is er waarschijnlijk toch ietwat bangig voor en blijft er liever bij uit de buurt.

Op die manier kunt u het paard op een redelijke afstand houden, en gaan beginnen met stappen door iets naar hem toe te lopen en met het zweepje achter het paard te wijzen. Wanneer hij eenmaal loopt, hou het zweepje dan bij het paard vandaan. Het paard moet hierbij wel doorlopen. Wanneer het stopt herhaalt udit weer door met het zweepje achter het paard te wijzen (naar de achterhand dus). Indien het paard daar op een gegeven moment niet meer op reageert kunt u een zwaaiende beweging met het zweepje maken richting het hoofd (op afstand natuurlijk). Op die manier zal het paard weer gaan lopen. Draven gaat in principe op dezelfde manier, u hebt kans dat de paarden bij de oefening die ik hiervoor heb uitgelegd meteen gaan draven of zelfs gaan galopperen. Indien dit gebeurt, moet u het wat zachter aanpakken. Zorg er trouwens voor dat u het paard NOOIT met het zweepje slaat, op die manier wordt het paard bang van u, en dat is al helemaal niet de bedoeling. Wanneer u het paard vanuit stap in draf wilt krijgen of vanuit draf in galop, kun je naast de handeling die ik eerder heb uitgelegd geluidjes maken indien het paard later voor western zal worden getraind. Deze oefeningen herhaalt u net zo lang tot u wilt gaan beginnen met het zadel zelf. Of u herhaalt ze net zo lang tot het naar u zin is.

Wanneer begin ik met het zadel?

De reden van het longeren komt omdat u hierbij ook moet gaan beginnen met longeren. En aangezien het zadel zelf al nieuw genoeg is voor het paard, is het onhandig als u tegelijkertijd met het longeren begint. De meningen over wanneer u het zadel er eenmaal op gaat leggen verschillen zeer sterk. Vaak is dit het beste per paard te bepalen en in de mate waarin hij/zij al gegroeid is. Is een paard nog redelijk klein en moet het nog een flink stuk groeien, dan kunt u er beter nog even mee wachten, omdat het gewicht van het zadel en eventueel een persoon de rug kan beïnvloeden op een negatieve wijze. Velen beginnen er mee wanneer ze een jaar of 2½ zijn.

Anderen willen dat het paard eerst volledig uitgegroeid is en beginnen er daarom dan mee als het paard een jaar of 4 is. Hier speelt natuurlijk ook u persoonlijke voorkeur een grote rol. Indien u zich afvraagt of uw paard al klaar is om te beginnen met het zadel, kunt u deskundige hulp inschakelen. Die kunnen aan de hand van de bouw van het paard bekijken of het paard er al sterk of groot (uitgegroeid) genoeg voor is.

Daadwerkelijk beginnen met het zadel

Wanneer het paard er eenmaal klaar voor is, neemt u het paard mee naar de bak. Het is het makkelijkst als u met zijn tweeën bent. Aangezien u niet weet hoe het paard op het zadel reageert is een wat ruimere ruimte wat handiger dan de box (stal) indien het paard in paniek raakt. De een houdt het paard aan het halster vast terwijl de ander het hoofdstel indoet. Het makkelijkst is, als u een wat ruimer hoofdstel hebt zodat u het halster nog even kan laten zitten, zodat u nog controle hebt over het paard wanneer u het hoofdstel in gaat doen. Het paard heeft waarschijnlijk hier het meeste moeite mee, namelijk het bit. u moet niets gaan forceren, het paard went er vanzelf wel aan. Indien het paard wat moeilijk doet over het hoofdstel, met name het bit, kunt u nog even wachten met het zadel, en het paard met alleen het hoofdstel gaan longeren (haal de teugels er even af, om eventuele ongelukken (als ze op de grond terecht komen o.i.d) te voorkomen).

Zodra dit eenmaal goed gaat en het paard het bit enigszins heeft geaccepteerd kunt u gaan beginnen met het zadel. Het zadel legt u er zoals bij ieder paard normaal op, singel het niet te strak aan. Het paard zal in eerste instantie nog even gaan bokken, hierbij trekt u hem aan het longeertouw direct naar beneden, want dat mag dus niet! Indien u niet gelijk ingrijpt hebt u kans dat het paard dit nog vaker gaat doen. Dit herhaalt u gewoon op beide richtingen tot het paard er normaal mee omgaat. u blijft hem net zo lang longeren tot het goed gaat.

Erop gaan rijden!

Hier komt waarschijnlijk het moeilijkste deel aan bod. Het rijden op het paard. Hier hebt u iemand bij nodig die niet bang is om eraf te vallen, niet te zwaar is voor het paard (aangezien het de eerste keer is voor het paard), en genoeg rijervaring heeft. Het liefst ook nog met jonge paarden. Omdat het paard het nogal eng zal vinden om een persoon op zijn rug te hebben hebt u kans dat het paard u eraf probeert te gooien door te gaan bokken en te steigeren. Om te beginnen gaan we er gewoon op zitten, en blijven we een poosje staan. Net zo lang tot het paard rustig blijft staan. Daarna kunnen we het paard gaan longeren, met een persoon erop natuurlijk. Zodra het paard ook maar enigszins vervelend gaat doen door te bokken of te steigeren is het de bedoeling dat degene die in het midden staat en dus longeert, het paard naar beneden trekt (niet tot op de grond natuurlijk, maar houd het hoofd laag tot het paard ermee ophoudt) en eventueel (indien het paard erg vervelend is) een ruk aan het halstertouw geven om het paard te laten weten dat hij/zij fout bezig is.

Natuurlijk moet u NIET net zolang doorgaan tot het paard helemaal op is, maar tijdig stoppen. Niet teveel in een keer. De tweede keer kunt u eerst weer beginnen met de longe, en later eventueel gaan stappen met het paard, zonder longeertouw. Laat het draven nog even achterwege. U herhaalt deze stappen net zolang tot u een veilig gevoel krijgt op u paard en u het idee hebt dat hij/zij u er niet af wil gooien. Zodra u met het paard aan de gang gaat zonder het longeertouw en het paard begint vervelend te doen, moet je hem/haar gelijk weer aan het longeertouw gooien. Wanneer u dan eenmaal rustig kan stappen en kunt gaan draven en galopperen met het paard, kunt uw paard zadelmak noemen.

P.S.: Probeer dit proces niet te gehaast te doen, het is allemaal nieuw en eng voor het paard om zadelmak gemaakt te worden. Overhaast niets, blijf niet te lang hangen op een onderdeel en zorg ervoor dat je paard niet verveeld raakt.