1. Instappen

  • Laat het paard enkele rondjes stappen aan de lange teugel.
  • Stap in op beide handen.

2. Opwarmen

  • Neem de teugels wat strakker.
  • Controleer de singel.
  • Doe oefeningen in stap en draf op beide handen, neem regelmatig een pauze om het paard te belonen. (Pauze: bv. een halve toer stappen aan de lange teugel.) In dit moment van rust mag het paard eventjes met lange teugel stappen en zijn hals strekken, het is echter niet de bedoeling dat hij trager gaat wandelen of slenteren, hou hem dus voldoende actief.
  • Enkele goede oefeningen om te doen tijdens deze fase:- Voltes
    – Slangenvoltes
    – Voltes verkleinen
    – Volte halve baan
    – Gebroken lijn
    – Vergroten van de passen en verkleinen
    – Verruimen en verkorten van de gangen
    – Versnellen en vertragen op een volte
    – Overgangen
  • Herhaal kort wat je vorige les nieuw hebt gezien of waar je veel hebt of geoefend.

3. De les

  • Leer iets nieuws.
  • Neem ook hier geregeld pauzes.
  • Als je niets nieuws leert kan je ook een bepaald onderwerp, oefening,. beter bekijken, verbeteren, op oefenen, .
  • Werk in alle gangen.

4. Tot rust komen

  • Doe enkele eenvoudige oefeningen met losse (niet lange) teugel in rustige gangen (=geen galop of snelle draf).

5. Uitstappen

  • Laat het paard met lange teugel enkele rondjes stappen en beloon hem.